Van en voor Parkinson patiënten

Stichting Tremble

Wat is Parkinson ?

Wat  is de ziekte van Parkinson ?

De ziekte van Parkinson is een aandoening aan de hersenen, waarbij bepaalde cellen in de hersenen afsterven. Deze cellen maken de stof 'dopamine' aan. Dopamine is noodzakelijk voor de controle van lichaamsbewegingen.

Parkinson kan voorkomen bij jongere mensen, maar treedt meestal pas boven de 60 jaar op. De eerste, zichtbare symptomen van de ziekte van Parkinson zijn klachten als traagheid, stijfheid en trillen van de ledematen.

Klachten die regelmatig voorkomen:

Stijfheid, trillen in rusthouding, langzamer en minder bewegen, schuifelend
lopen met minder meebewegen van de armen, verminderde gelaatsuitdrukking (maskergelaat), zachtere en monotone spraak, moeite met fijne vingerbewegingen (schrijven), moeite met balans en coördinatie, depressie geheugenstoornissen, slaapstoornissen, lage bloeddruk, obstipatie en cognitieve achteruitgang.

Parkinson is een 'progressieve' ziekte. Dat wil zeggen dat de klachten vaak geleidelijk beginnen en meestal na verloop van tijd toenemen. Natuurlijk gaat dit proces niet bij iedereen even snel en zijn de klachten met de juiste behandeling vaak redelijk te beheersen. Ook heeft niet iedereen dezelfde klachten.

Wat is de oorzaak?
Bij de ziekte van Parkinson sterven hersencellen, die de stof dopamine maken, af. Door het ontstane tekort aan dopamine heeft de patiënt zijn lichaamsbewegingen steeds minder goed onder controle. De oorzaak van het afsterven van de
hersencellen is onbekend.


Wat zijn de symptomen ?
Hoofdsymptomen 

· Rigiditeit = stijfheid als arm, been of nek bewogen wordt  

· Rust tremor = beven, wat het duidelijkst is in rust, komt bij circa 60% van de patiënten voor.

· Bradykinesie en hypokinesie = langzamer (beginnen met) bewegen en minder bewegen; dit kan leiden tot verminderde gelaatsuitdrukking (maskergelaat), zachtere en monotone spraak, schuifelend looppatroon met minder meebewegen van de armen, startproblemen (moeite met opstaan uit een stoel) kleiner handschrift, moeite met fijne vingerbewegingen.

· Verlies van houdingsreflexen waardoor slechtere balans en coördinatie. 

 

Hoe wordt de diagnose gesteld?
Er zijn geen specifieke testen om de ziekte van Parkinson aan te tonen. De arts stelt de diagnose op basis van de klachten en een uitgebreid lichamelijk onderzoek. Eventueel wordt met behulp van een CT-scan van de hersenen aan aantal oorzaken van secundair Parkinsonisme uitgesloten. Met behulp van een PET (positron emission tomography)-scan kan het tekort aan dopamine in de hersenen bevestigd worden.

Een van de meest gebruikte beeldvormingstechnieken is MRI, wat staat voor magnetische resonantie imaging. De patiënt ligt hierbij in een magneetveld dat meer dan tienduizend maal sterker is dan het magnetische veld van de aarde. De waterstofatomen in het lichaam van de patiënt gaan zich dan gedragen als kleine magneetjes en zich richten naar het veld. Als deze atomen vervolgens worden bestookt met radiogolven nemen ze energie op en gaan ze zich tijdelijk van het magneetveld africhten. Na een tijdje ‘floepen’ ze terug en zenden ze weer radiogolven uit. Die golven vertellen waar de watermoleculen zitten, en daarmee verraden ze veel over het weefsel. Uit deze informatie kan een computer een driedimensionaal beeld opbouwen.

“Een groot voordeel van MRI is dat het voor zover bekend geen nadelige effecten heeft voor de patiënt,  “Daarom is het een geschikte technologie om vaker te gebruiken bij dezelfde patiënt.

Gewone MRI levert prachtige anatomische beelden. Een afgeleide techniek, functionele MRI oftewel fMRI, laat zien wat er gebeurt in het lichaam. Een voorbeeld: een plaatselijk verhoogde hersenactiviteit zorgt voor een grotere bloedstroom naar het betreffende gebied, om het van extra zuurstof te voorzien. De scanner maakt die verhoogde doorbloeding met zuurstofrijk bloed zichtbaar.

Een minder veilige maar ook veelgebruikte techniek is computertomografie, kortweg CT. Deze methode werkt met röntgenstraling, maar in tegenstelling tot de traditionele röntgenfotografie levert CT driedimensionale afbeeldingen op. Dit kan doordat het lichaam vanuit veel verschillende hoeken plakje voor plakje wordt doorgelicht. Een computer combineert alle informatie tot een driedimensionaal beeld van het gescande object. Het gebruik van schadelijke röntgenstraling zorgt ervoor dat artsen alleen CT-scans maken als ze geen goed alternatief hebben. De reden dat CT toch wordt toegepast is zijn snelheid en de relatief hoge resolutie van de beelden. Bovendien is de apparatuur een stuk makkelijker te bedienen dan een MRI-scanner.

Positronemissietomografie, oftewel PET, lijkt op CT voor wat betreft het stralingsrisico -behalve dan dat de straling nu van binnenuit komt. Bij een PET-scan wordt de patiënt namelijk geïnjecteerd met radioactief gelabelde moleculen. Zo’n molecuul vervalt na een tijdje tot lichtere moleculen en produceert daarbij een positron (een anti-elektron). Het positron botst op zijn beurt kort daarna op een elektron, waarbij beide deeltjes in het niets verdwijnen. Het enige wat van ze overblijft is een tweetal fotonen (lichtdeeltjes), die in exact tegengestelde richtingen wegschieten. Door te zoeken naar fotonen die de detector precies tegelijk bereiken, kan het apparaat bepalen waar het molecuul zich bevond op het moment dat het verviel.

Single photon emission computed tomography, kortweg SPECT, lijkt erg op PET, maar werkt met radioactieve isotopen die maar één lichtdeeltje uitzenden als ze vervallen. Waar ieder lichtdeeltje precies vandaan komt, is daarom veel moeilijker te bepalen. Dat maakt SPECT-beelden een stuk minder gedetailleerd. Ook is de methode traag.

Beeldvorming kan ook veel simpeler: met
echografie. Daarbij wordt het lichaam bestookt met ultrasone geluidsgolven, die boven de menselijke gehoorgrens liggen. Deze golven weerkaatsen op de grensvlakken tussen hardere en zachtere weefsels. Uit deze gereflecteerde geluidsgolven kan een computer een beeld maken. Hoewel niet zo gedetailleerd als CT en MRI, is het tegenwoordig toch wel mogelijk om driedimensionale beelden te maken met echografie. Dit wordt gedaan door tweedimensionale echobeelden te combineren op een vergelijkbare manier als de plakken in een CT-scanner aan elkaar geregen worden.

esculaap

MRI scanner

Tumor op CT scan

Pet scan

Spect scan

De hersenen bestaan naar schatting uit honderd miljard hersencellen (zenuwcellen), die onderling elektrische signalen uitwisselen.